| Vluchtrouteaanduiding |
|
|
|
|
Een duidelijk zichtbare en herkenbare vluchtrouteaanduiding is van levensbelang om een gebouw te ontvluchten tijdens een calamiteit.
Verplicht of nietDe gemeentelijke Bouwverordening (en naar verwachting medio 2008 het Gebruiksbesluit) regelt wanneer een vluchtrouteaanduiding verplicht is. Een vluchtrouteaanduiding moet in principe aanwezig zijn in 'verkeersruimten' (gangen e.d.). Stelt het Bouwbesluit 2003 dat er in een ruimte een tweede of meerdere uitgangen nodig zijn, dan moeten ook deze uitgangen voorzien zijn van vluchtrouteaanduidingen. Als noodverlichting verplicht is, moet de vluchtrouteaanduiding uitgevoerd worden als transparantverlichting en aangesloten zijn op de noodstroomvoorziening. Op basis van de Arbo-regelgeving kunnen nog aanvullende eisen gelden voor de noodverlichting. EisenVluchtrouteaanduiding moet voldoen aan de eisen gesteld in de NEN 6088 en de NEN-EN 1838. Als de netspanning geheel of gedeeltelijk wegvalt, moet de noodverlichting binnen 15 seconden ingeschakeld zijn en tenminste één uur, op de vereiste sterkte, blijven branden. Transparantverlichting (groene bordjes bij deuren) moet altijd branden als er personen in het gebouw aanwezig zijn. In ruimten waar geen nood- of transparantverlichting verplicht is, kunt u volstaan met een vluchtwegaanduiding in de vorm van een sticker. De transparantverlichting en vluchtwegaanduidingen mogen niet aan het zicht worden onttrokken door bijvoorbeeld versiering of gordijnen. Zichtbaarheid vluchtrouteaanduidingVoor de kleuren, luminantie (de hoeveelheid licht, die door een oppervlak wordt uitgestraald of weerkaatst), de luminantieverhoudingen en de maximale kijkafstand gelden de eisen uit NEN-EN 1838. De luminantie van elk deel van de veiligheidskleur van de vluchtrouteaanduiding moet minimaal 2 cd/m2 bedragen in alle relevante kijkrichtingen. Dit kunt u bereiken met in- of externe verlichting en / of noodverlichting. |



